Van de Kaart [The Rum Diary première]

Dit Gonzoverslag berust op louter waargebeurde feiten. Een verre echo galmt in het onderbewustzijn. “ja hij is daar ga maar naar h...

Wednesday, October 5, 2016

De Hemelbestormers [Jonfen]

By: Subtracting
Jonfen woont aan de andere kant van de stad. Bij het oude Amstelstation in een voormalig bejaardentehuis. Dit zijn de enige betaalbare woningen voor de oude lichting nachtbrakers nog binnen de ring. Het onderscheid in deze hoofdstad zit hem of je binnen de voormalige ringweg van wat men Fort JUP noemt woont of daarbuiten. Jonfen heeft bij de gratie van zijn ouders nog wat van het goede spul liggen: Triple. Ouderwets gebrouwen, niet die chemische Brand X rotzooi. Op dagen dat we ons slachtofferen onder controle hebben komen we samen en kijken we een filmklassieker. Of spelen een videogame op een ouderwetse console en drinken daarbij Triple en eten een diepvries pizza. De diepvriespizza’s krijgt Jonfen eens in de zoveel tijd van zijn ouders. Een avond als deze is zo een beetje het hoogtepunt van ons be-staan. Dit is een feestmaal vergeleken met het vloeibare astronautenvoer dat in de geautomatiseerde voedselpakketten worden opgestuurd.

Ik gebruik mijn telefoon device om aan te geven dat ik voor de deur sta. De intercom werkt al jaren niet meer. De beneden deur van het oude bejaardentehuis gaat open. Het ruikt om een of andere reden hier nog altijd naar ziekenhuis. De geur van linoleum wekt een vroege jeugdherinnering op van een eerste ziekenhuis bezoek. De witte gangen spraken in de jeugdige verbeelding tot een scene uit Star Wars. Het gebouw heeft twee liften. Ik neem altijd de rechter naar de vierde verdieping. Ik kan nooit onthouden op welk nummer Jonfen nou woont, maar als ik voor de specifieke deur sta weet ik het weer. Een handige geheugensteun is de overbuurman die altijd op hoog volume hele bombastische muziek over de verdieping blaast. Niemand durft ook deze nachtbraker hierop aan te spreken. De deur van Jonfen is al open.
Ik stap de oude seniorenkamer binnen. De ruimte is in wezen hetzelfde ingericht als bij mij thuis. Boven zijn gigantische televisiescherm hangen twee boekenplanken met literatuur uit zijn studententijd. Kerouac, Capote, Cave, Pynchon en vooral heel veel Murakami. Aan de muur hangt een authentieke Subtracting. Het is een vogelachtige schedel. Pas vandaag zie ik de betekenis achter het werk: Loss heet het en het is een afbeelding van de dood. Beter laat dan nooit.
“Ik zie nu pas wat dat kunstwerk is Jonfen” zeg ik.
“Ja ik heb hem toen gekocht net nadat we seizoen één van True Detective keken. Vond het er wel wat van weghebben.” 
“Ja goede serie was dat. Het eerste seizoen dan he.” 

Vanwege het bezoek vandaag is de slaapbank weer ingeklapt. Jonfen is niet alleen. Broeder M. zit op de slaapbank met een flesje Triple in zijn hand. Ik schud hem de hand en ga zwijgzaam naast hem zitten. Mijn jas heb ik nog aan. Jonfen loopt naar zijn koeling en haalt zonder het te vragen nog een fles Triple uit het groentevak. Hij zet deze op het koffietafeltje voor de bank neer.
“Bedankt.” 
“Hoe is het?” 
 “Goed. Goed. Met jou ook X.?” 
 “Zeker. Zeker. En heb je al een baan gezocht Jonfen?” vraag ik.
Jonfen moet lachen:
“Nee maar volgende week ga ik daar echt maar eens achteraan. En jij? Al de droombaan als journalist te pakken?” 
 “Nee. Nee. Gek genoeg hebben ze mij nog niet teruggebeld.” 

Ik kijk uit gewoonte eerst naar de uiterste houdbaarheidsdatum:
“November 2017, ah dat goede jaar. Weet je nog?” 
 “Het laatste jaar dat wij het in een supermarkt kochten ja”, zegt M.

Op het basisinkomen rondkomen is met de juiste keuzes afwegen houdbaar. Met het actief zoeken en ook werkelijk vinden van een baan is het in theorie mogelijk dat ik en Jonfen weer hoger in het systeem komen en een ring dichterbij Fort JUP mogen opschuiven. Maar dit zouden we dan moeten doen als we uit de slachtofferperiode zijn en dat is nu nog niet helemaal het geval. Het is vandaag herdenkingsdag he. Wellicht morgen, of volgende week… Niet dat wij helemaal niets doen in die slachtofferloze perioden. We steken nog altijd tijd in de oorspronkelijke ambitie: Journalistiek. Maar daar was toen al in de gouden jaren en zeker op dit moment geen cent meer mee te verdienen. Daar gaat het ook niet om. Het is geen kwestie van willen, het is een kwestie van moeten.
“Zullen we dan maar een potje Nidhogg doen? Blijft een classic” 
 “Ja zullen we dat maar doen?” 
Vervolgens gaan we tegen elkaar duelleren onder een kroonluchter. In 8 bit glorie. Hoe vaak we dit simpele spelletje ook spelen, het verveelt nooit. Het zijn de kleine dingetjes in het leven.
“Het is alweer een tijdje terug, zo een avond”, zegt Jonfen.
“Ja het is zeker even terug”, zegt M:
“Ik heb ook nog een oude fles Rum bij mij. Die komt later wel van pas.”
“Hoe kom je daar nou weer aan?” vraag ik.
“Van die Spin the Bottle vader Allouis mijn broeder” zegt M. met een grijns.
“O ja wordt het weer zo een Rum diary avond? Zoals bij die Hunter Thompson verering in dat Hotel V?” vraag ik. “Our finest hour...” zegt M.
“Dat je Nico Dijkshoorn nog dat boek liet signeren en je hem vervolgens in dat nep haardvuur probeerde te verbranden. Omdat je niet kon begrijpen waarom Dijkshoorn zijn krabbels op Hunter Thompson boeken aan het zetten was?” zegt Jonfen.
“Ja. klopt. Welk jaar was dat ook alweer?” vraag ik.
“2011 alweer. Dat ze je toen je daarna een boekendeal hebben aangeboden, waar we nooit meer iets van hebben vernomen”, zegt M.
“So it goes. Het was een jaar na die dag ja. Vandaag alweer tien jaar jongens geleden. Proost!”
“Dus gaan we weer de White Rabbit achterna vanavond?” vraagt Jonfen sarcastisch.

 Hij zet Jefferson Airplane met White Rabbit aan op zijn device en draait het nummer over zijn woonkamer speakers.

~One Pill makes you larger and one pill makes you small…~ 

“Ah White Rabbit. Fear and Loathing in Las Vegas. Een van de beste en meest bizar beschreven scenes die ik toen las als tiener”, zeg ik.
“Ja het gaat zeker down the rabbit hole. De reis gaat naar het Westen jongens. Gaan jullie mee?” vraagt M.

 Ik en Jonfen kijken hem vragend aan.

“Wat moeten we in godsnaam in dat deel van de stad M.?” vraag ik.
“Pie is vandaag weer terug in de stad jongens. Terug uit ballingschap, terug uit Duitsland. Hebben jullie de uitnodiging niet gehad?”

No comments: